Box 3 huurinkomsten berekenen (2026)
Een veelgemaakte misvatting: in box 3 betaal je belasting over de huur die je ontvangt. Dat klopt niet. Box 3 belast een forfaitair rendement — een door de wet verondersteld rendement op je vermogen — ongeacht wat je werkelijk aan huur binnenkrijgt.
Hoe werkt het?
Sinds de Overbruggingswet verdeelt de Belastingdienst je vermogen in categorieën met elk een eigen verondersteld rendement. Een verhuurde woning valt onder "overige bezittingen", met een relatief hoog forfaitair percentage. Schulden (zoals een hypotheek) tellen mee met een lager forfait. Vereenvoudigd:
- Voordeel bezittingen = waarde woning × forfait overige bezittingen.
- Aftrek schulden = schuld × forfait schulden.
- Rendement = voordeel − aftrek.
- Over het deel van je netto vermogen bóven het heffingvrij vermogen betaal je het box 3-tarief op dit rendement.
Omdat het schuldenforfait lager ligt dan het bezittingenforfait, drukt een hypotheek het belastbare rendement maar beperkt — gefinancierde verhuur wordt in box 3 relatief zwaar belast.
Reken het door
Waarom dit ertoe doet
Het forfaitaire stelsel kan ongunstig uitpakken als je werkelijke rendement lager is dan het forfait. Er loopt een traject richting belasting op werkelijk rendement; tot die tijd reken je met de forfaitaire methode. Houd je werkelijke inkomsten en kosten bij — die heb je nodig als je tegenbewijs wilt leveren of overweegt bezwaar te maken.
Let op: de forfaitaire percentages, het heffingvrij vermogen en het tarief voor 2026 zijn indicatief en nog niet definitief. Verifieer de actuele cijfers bij de Belastingdienst.